Tips, actie- en aandachtspunten alle belastingbetalers

1. Bijtellingscategorieën auto van de zaak in 2016 aangescherpt

Rijdt u in een zuinige (bestel)auto van de zaak? In dat geval heeft u een bijtelling wegens het privégebruik van 0%, 4%, 7%, 14% of 20%, afhankelijk van de CO2-uitstoot van uw (bestel)auto. Dat blijft zo tot 2016. Het kabinet heeft in de Autobrief 2.0 onder meer de wijzigingen uiteengezet voor de bijtelling wegens privégebruik van de auto van de zaak. Kort samengevat komen die erop neer dat alleen de nul-emissieauto in de toekomst nog fiscaal  wordt gestimuleerd. Voor meer informatie over de verschillende bijtellingscategorieën verwijzen we u naar 3.1.2.1 tot en met 3.1.2.4 in deze septemberbrief.

2. Nog extra aflossen op de eigenwoningschuld

Bij enkele banken kunt u dit jaar nog gebruikmaken van een ruimere boetevrije aflossing op uw hypotheek als uw woning ‘onder water’ staat. Dat is het geval als uw hypotheekschuld hoger is dan de WOZ-waarde van uw woning. U mag dan boetevrij aflossen tot deze lagere WOZ-waarde van uw woning. Normaal gesproken is die boetevrije aflossing gelimiteerd tot 10 of 20% van de hypotheeksom. Check bij uw bank of dit ruimere aflossingsbeleid geldt en los nog dit jaar extra af. Dit is waarschijnlijk het laatste jaar waarin dit nog kan. Een bijkomend voordeel is dat u met de extra aflossing uw box 3-vermogen verlaagt.

2.1 Let op bij spaar- en bankspaarhypotheken

Heeft u een spaarhypotheek of een bankspaarhypotheek, dan heeft u een hypotheek met daaraan gekoppeld een spaartegoed. U spaart belastingvrij voor de aflossing van uw eigenwoningschuld. Onder voorwaarden is ook de uitkering belastingvrij. Een van die voorwaarden is dat u het spaartegoed daadwerkelijk gebruikt voor de aflossing van uw eigenwoningschuld. Als u de schuld (deels) heeft afgelost, zal het vrijkomende spaarsaldo mogelijk de resterende eigenwoningschuld overtreffen. In zoverre is het vrijkomende spaarsaldo dan niet vrijgesteld, maar progressief belast in box 1. Extra aflossen is vooral zinvol bij een aflossingsvrije hypotheek.

2.2 Beperking renteaftrek bij latere verhuizing

Bent u van plan nog te verhuizen ? Een aflossing op uw hypotheek betekent dat uw renteaftrek voor een nieuwe hypotheek bij een latere verhuizing mogelijk wordt beperkt door de werking van de bijleenregeling. Uw eigenwoningreserve (verschil tussen netto verkoopprijs van uw verkochte woning en uw hypotheek) is groter door de aflossing op de eigenwoningschuld. U wordt geacht deze reserve te herinvesteren in uw nieuwe woning. In zoverre heeft u geen renteaftrek voor de nieuwe eigenwoningschuld.

3. Vraag tijdig voorlopige aanslag aan en betaal minder box-3-belasting

Bepaalde belastingschulden komen niet in mindering op de rendementsgrondslag van box 3. U kunt hieraan ontkomen door de inspecteur te verzoeken een voorlopige aanslag op te leggen en deze voor het einde van het jaar te betalen. Door de betaling van het bedrag van de aanslag vermindert uw banktegoed en dus de grondslag van box 3. Legt de inspecteur echter de aanslag niet tijdig op, dan kunt u niet tijdig betalen en dus kunt u de belastingschuld niet in aanmerking nemen in box 3.

3.1 Tegemoetkoming

U kunt echter gebruikmaken van een tegemoetkoming. Als u vóór 1 oktober 2015 schriftelijk om een (nadere) voorlopige aanslag verzoekt (of door uw adviseur laat verzoeken), mag u de desbetreffende belastingschuld al per 1 januari 2016 als betaald beschouwen bij de berekening van de grondslag van box 3.

4. Profiteer dit jaar nog van de afkoopregeling levenslooptegoed

Heeft u in 2013 besloten om door te sparen in uw levensloopregeling tot uiterlijk 2021? In dat geval krijgt u dit jaar (net als in 2013) de kans om uw levenslooptegoed in één keer op te nemen met een korting van 20%. Ook doorsparen tot uiterlijk 2021 blijft mogelijk. De korting is van toepassing op het levenslooptegoed dat u op 31 december 2013 had. Het meerdere is belast in box 1. De belastingheffing loopt via uw werkgever. Bij opname mag u ook de levensloopverlofkorting benutten. U hoeft het tegoed niet alleen te gebruiken voor verlof; het is vrij besteedbaar. Bij opname ineens kan het voorkomen dat u in een hoger marginaal tarief terechtkomt. Wellicht is het gespreid opnemen van het tegoed in die situatie voordeliger.

Let op

Opname ineens van het totale tegoed heeft – naast gevolgen voor de belastingheffing in het jaar van opname – ook effect op andere heffingen en toeslagen. Zo verhoogt de opname ineens uw toetsingsinkomen voor uw recht op huur-, zorg- en/of  kinderopvangtoeslag. Hierdoor krijgt u minder toeslag. Een positief effect is dat de opname ook de premiegrondslag voor de jaar- en reserveringsruimte verhoogt. U kunt daardoor een extra storting doen in bijvoorbeeld een lijfrente(bankspaar)product. 

5. Belastingvrije schenking 2014 nog besteden aan renovatie

Heeft u vorig jaar een belastingvrije schenking (maximaal € 100.000) voor de eigen woning ontvangen? Als u die schenking wil besteden aan onderhoud en/of verbetering van een eigen woning, dan kan dat nog tot 1 januari 2017, mits de woning eind 2014 een eigen woning was.

6. Nederlanders in Duitsland met bedrijfspensioen- of lijfrente-uitkering opgelet

Op 1 januari 2016 treedt het nieuwe belastingverdrag met Duitsland in werking. Dat heeft gevolgen voor u als u een bedrijfspensioenuitkering uit Nederland heeft of een Nederlandse lijfrente-uitkering of een socialezekerheidsuitkering. Nu worden deze uitkeringen laag belast in Duitsland, maar vanaf 1 januari 2016 heft Nederland als deze uitkeringen tezamen meer bedragen dan € 15.000. Dat geldt ook als u een in Nederland opgebouwd pensioen of lijfrente hebt ondergebracht bij een Duits pensioenfonds of een Duitse lijfrenteverzekeraar. De uitkerende instantie houdt vanaf 1 januari 2016 Nederlandse loonbelasting in op uw pensioen- of lijfrente- en/of socialezekerheidsuitkering. Vanaf 1 januari 2016 geldt voor bedrijfspensioenuitkeringen en lijfrente-uitkeringen onder voorwaarden wel gedurende 6 jaar een lager oplopend tarief van maximaal 10% in 2016 tot 30% in 2021.

Tip

De uitkerende instantie houdt bij de inhouding van loonbelasting geen rekening met dit tijdelijk lagere tarief. De te veel ingehouden loonbelasting kunt u terugvragen in Nederland door een aangifte inkomstenbelasting in te dienen. Het is ook mogelijk om vanaf 2016 een voorlopige teruggaaf te vragen.

6.1 Doe een beroep op de overgangsregeling

Er is een overgangsregeling getroffen voor al ingegane pensioen- en lijfrente-uitkeringen. Deze uitkeringen vallen nog tot 1 januari 2017 onder het voordelige Duitse belastingregime. Deze regeling treedt niet automatisch in werking. U moet er een beroep op doen. Als het goed is, heeft u hierover een brief gehad van de Belastingdienst. Als u de brief vóór 8 oktober 2015 ondertekent en terugstuurt, dan kunt u volgend jaar van de overgangsregeling gebruikmaken.

Let op

Heeft u gebruikgemaakt van de overgangsregeling in 2016, dan is uw bedrijfspensioenuitkering en/of uw lijfrente-uitkering vanaf 2017 nog 6 jaar laag belast in Nederland. Let wel, een eventuele socialezekerheidsuitkering (AOW, WIA etc.) telt dus wel mee voor de toets aan de grens van

€ 15.000, maar valt zelf niet onder het lagere tarief. Dat geldt ook voor Nederlandse overheidspensioenuitkeringen, afkoopsommen van pensioenen of lijfrenten en andere inkomsten die u uit Nederland ontvangt.